aanmeld knop
dot

Criminaliteit en de cijfers.

logo-tekst.jpeg
Is de criminaliteit toegenomen in ons Nederland in de afgelopen decennia? Geven de cijfers en de media een getrouw beeld van de werkelijke criminaliteit in de samenleving, of is er een discrepantie tussen de statistieken en de werkelijkheid? In dit essay laat ik zien hoe betrouwbaar de criminaliteitscijfers werkelijk zijn.

In de media besteedt men veel aandacht aan de criminaliteit. Het journaal en de krant geven de kijker en lezer een beeld van veel actueel gepleegde delicten, misdaadverslaggevers geven de kijker een inzicht in het onderzoeken van misdrijven door middel van reconstructies en Opsporing Verzocht confronteert de kijker met onopgeloste delicten en vraagt deze om hulp. Door de invloeden van de media is het mogelijk dat de Nederlandse burger meent dat de criminaliteit hoogtij viert in Nederland. Gelukkig zijn er ook nog andere bronnen die een objectievere kijk geven op de hoeveelheid criminaliteit in Nederland. In dit essay leg ik uit welke bronnen we tot onze beschikking hebben om de hoeveelheid criminaliteit te meten. Daarna geef ik de voordelen en nadelen van deze verschillende bronnen aan. Tot slot geef ik antwoord op de vraag wat deze bronnen waard zijn in het bepalen van de hoeveelheid criminaliteit in Nederland. 

 

Verschillende bronnen

Zoals gezegd zijn er dus verschillende bronnen die als hulpmiddel kunnen fungeren om de hoeveelheid criminaliteit te bepalen in een gebied. Zo zijn er de directe observatie, de politieregistratie, de slachtofferenquêtes en de zelfreportages. Deze bronnen behoeven een beknopte omschrijving.

  1. De eerste bron die genoemd is, is de directe observatie. Hiermee meet je de hoeveelheid criminaliteit in een gebied door eigen observatie. Hiervoor dienen camera’s geïnstalleerd te worden en zal met behulp van auto’s in het gebied gepatrouilleerd moeten worden.
  2. De tweede bron is de politieregistratie. Deze bron bestaat uit het aantal aangiften bij de politie en eigen opsporingsactiviteiten van misdaad door de politie.[1] De bron beoogt inzicht te geven in de omvang, samenstelling en ontwikkeling van de geregistreerde criminaliteit en de inspanning van de politie om de criminaliteit te bestrijden.[2]
  3. De derde bron bestaat uit slachtofferenquêtes. Een slachtofferenquête is een onderzoek onder burgers van 15 jaar en ouder waarin zij gevraagd worden of zij slachtoffer zijn geweest van een bepaald delict. Mocht dat zo zijn, dan vraagt de enquêterende of het slachtoffer daar aangifte van heeft gedaan en of daar door de politie ook een proces-verbaal van is gemaakt.[3]
  4. De vierde en als laatste te bespreken bron bestaat uit zelfreportages. Een zelfreportage is het tegenovergestelde van een slachtofferenquête. Een zelfreportage is namelijk een enquêteonderzoek onder burgers waarin zij gevraagd worden of zij bepaalde delicten gepleegd hebben. Ook hierbij is bij een positief antwoord de vervolgvraag of de politie op de hoogte is gekomen van het delict en of deze daar dan ook een proces-verbaal van heeft gemaakt.[4]

 

Voor- en nadelen

  • Na deze beknopte introductie van de verschillende bronnen, zal ik de voor- en nadelen benoemen. Ik zal dezelfde volgorde hanteren als bij de beknopte uitleg.
  • De directe observatie heeft als voordeel dat het erg betrouwbaar is. Je bent niet afhankelijk van de soms onbetrouwbare verklaringen van slachtoffers of plegers, want je neemt het delict immers zelf direct waar. Toch is dit een nauwelijks realiseerbare bron ter onderzoek naar criminaliteit. Ten eerste is het buitengewoon kostbaar om overal camera’s te hangen en ten tweede is het erg arbeidsintensief om constant te patrouilleren. Ten derde vinden veel delicten binnenshuis plaats en deze zijn dus ook niet direct waarneembaar.
  • De politiecijfers hebben als voordeel dat ze alle delicten omvatten die bij de politie binnenkomen. Er is geen sprake van een beperkte vragenlijst, zoals dat bij enquêtes onder burgers wel is. Daarnaast hebben ze ook als voordeel dat ook slachtofferloze delicten als drugshandel, in tegenstelling tot de slachtofferenquêtes, wel mee worden geteld. Toch kent deze bron een aantal nadelen.
  • Het probleem met politiecijfers is dat het enkel om geregistreerde criminaliteit gaat. Dit betekent dat ze enkel delicten omvatten waarvan aangifte is gedaan bij de politie of waarbij de politie ze zelf constateert. Deze cijfers zijn ten eerste beïnvloedbaar. Wanneer de politie meer controleert, zullen er meer delicten geconstateerd worden. Het enkele feit dat de politiecijfers stijgen, hoeft dus niet te betekenen dat de hoeveelheid criminaliteit ook werkelijk stijgt, maar zou net zo goed kunnen komen door een toenemende druk op politie om beleidsdoelstellingen te halen.[5]
  • Naast de invloed die de politie zelf kan uitoefenen op de cijfers, heeft het slachtoffer ook een grote invloed. Het is, op enkele uitzonderingen na, niet verplicht aangifte te doen van een delict. Van veel delicten wordt nooit aangifte gedaan. Er is dan sprake van een lage aangiftebereidheid onder burgers. Dit komt vaak voor bij kleine delicten als fietsendiefstal en delicten in de privésfeer, maar ook door slachtofferschaamte, angst voor represailles van de daders en de zin van het doen van aangifte niet inzien. Aangifte doen is echter een eis bij vermogensdelicten om geld uitgekeerd te krijgen door de verzekering, dit verhoogt dus de aangiftebereidheid. De meldingsbereidheid is de laatste jaren toegenomen. Dit is te verklaren doordat burgers gevoeliger zijn geworden voor criminaliteit en doordat het doen van aangifte gemakkelijker is geworden, het kan immers tegenwoordig ook via internet of telefoon.[6]
  • Als er aangifte is gedaan, betekent dit niet dat het ook werkelijk geregistreerd wordt door de politie. Ook al is de politie wettelijk verplicht om een proces-verbaal van aangifte op te maken van elk kennelijk delict, toch gebeurt dit vaak niet in de praktijk.[7] Door tijdgebrek wordt er een selectie aangebracht onder de te registreren delicten. Lichte geweldsmisdrijven als burenruzies worden dus vaak niet meegeteld bij de politiecijfers. Zodoende laten de politiecijfers slechts een beperkt gedeelte zien van de werkelijke criminaliteit en bestaat er een groot deel dat niet geregistreerd wordt: de verborgen criminaliteit.
  • De slachtofferenquêtes hebben als voordeel dat de gegevens afkomstig zijn van de burger. Ze zijn niet afhankelijk van de aangiftebereidheid van de burger en de prioriteitsstelling door de politie. Door deze voordelen tegenover de politiecijfers, lijkt deze bron geen last te hebben van verborgen criminaliteit. Dat is echter niet het geval. Een groot nadeel van de slachtofferenquêtes is dat er een vragenlijst is met slechts een beperkt aantal delicten. Er ontbreken dus veel delicten in de statistieken van de slachtofferenquêtes. Daarnaast kunnen de slachtofferenquêtes geen beeld geven van slachtofferloze delicten, zoals drugshandel, vuurwapencriminaliteit en rijden onder invloed, omdat er simpelweg geen slachtoffers van zijn.[8] Bovendien zijn de antwoorden niet altijd even betrouwbaar. Sommige respondenten voelen zich te beschaamd om hun werkelijke verhaal te vertellen, bijvoorbeeld bij seksuele delicten. Het is ook maar de vraag in hoeverre de geënquêteerden een behoorlijke afspiegeling zijn van de samenleving.[9]
  • De zelfreportages hebben, zoals ook de slachtofferenquêtes, het voordeel dat de gegevens afkomstig zijn van de burger en dus niet afhankelijk zijn van de aangiftebereidheid van de burger en de prioriteitsstelling door de politie. Het heeft echter een groot nadeel, want niet veel mensen willen geënquêteerd worden over delicten die ze gepleegd hebben. Soms willen respondenten graag opscheppen over hun daden en zullen wellicht overdrijven of delicten verzinnen. Op deze manier heb je slechts een klein en vermoedelijk vertekend beeld van de gepleegde delicten. Bovendien wordt enkel geënquêteerd over lichte vergrijpen, zoals fietsendiefstal en winkeldiefstal. Corruptie en drugshandel vallen hierdoor buiten het onderzoek.

Conclusie

Na het bovenstaande doorgenomen te hebben, zijn er enkele conclusies die getrokken kunnen worden. Zoals ik reeds in de inleiding noemde, zijn de media geen objectieve bron voor het meten van de hoeveelheid criminaliteit in de samenleving. Het is echter maar de vraag of één van de genoemde andere bronnen wel een objectieve bron is, die ook de werkelijke hoeveelheid criminaliteit meet. Geen enkele bron is vrij van nadelen. Zoals vermeld is de directe observatie onvolledig met betrekking tot delicten in de privésfeer, terwijl dat nu juist een belangrijk onderdeel is van de criminaliteit. De politiecijfers zijn slechts het topje van de ijsberg, want niet van elk delict wordt aangifte gedaan en ook de aangiften worden niet immer geregistreerd door middel van het opmaken van een proces-verbaal. De beide enquêtevormen zijn beperkt in het aantal voorgelegde delicten. Het zijn enkel de kleine delicten die gevraagd worden. Bovendien is het de vraag of de respondenten een goede afspiegeling van de samenleving zijn en in hoeverre hun antwoorden betrouwbaar zijn.

 

De waarde van de criminaliteitscijfers is relatief. Bij geen enkele bron stroken de statistieken met de werkelijke criminaliteit, want dat is onmogelijk door de bewuste of onbewuste manipulatie en de verborgen criminaliteit. Het is echter niet zo dat de bronnen waardeloos zijn. Wanneer verschillende bronnen met elkaar gecombineerd worden, kan er een globale schatting gemaakt worden van de hoeveelheid criminaliteit, maar deze zal nooit voor 100 procent kloppen. Treffend vertelde Godfried Bomans al eens over de waarde van de statistieken: “Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld één meter diep was. Hij verdronk.”



[1] H. Elfffers & G. Bruinsma, ‘De misdaadcijfers lopen terug! Politie, proficiat! Of, eh,…?’, TvC, 47-(4), p. 377.

[2] S.N. Kalidien & A.th.J Eggen, Criminaliteit en rechtshandhaving 2008. Ontwikkelingen en samenhangen, Meppel: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 304.

[3] S.N. Kalidien & A.th.J Eggen, Criminaliteit en rechtshandhaving 2008. Ontwikkelingen en samenhangen, Meppel: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 292-295.

[4] K. Wittebrood & P. Nieuwbeerta, ‘Een kwart eeuw stijging in geregistreerde criminaliteit. Vooral meer registratie, nauwelijks meer criminaliteit’, TvC 48-(3), p. 227.

[5] K. Wittebrood & P. Nieuwbeerta, ‘Een kwart eeuw stijging in geregistreerde criminaliteit. Vooral meer registratie, nauwelijks meer criminaliteit’, TvC 48-(3), p. 233.

[6] K. Wittebrood & P. Nieuwbeerta, ‘Een kwart eeuw stijging in geregistreerde criminaliteit. Vooral meer registratie, nauwelijks meer criminaliteit’, TvC 48-(3), p. 232.

[7] H. Elfffers & G. Bruinsma, ‘De misdaadcijfers lopen terug! Politie, proficiat! Of, eh,…?’, TvC, 47-(4), p. 386.

[8] S.N. Kalidien & A.th.J Eggen, Criminaliteit en rechtshandhaving 2008. Ontwikkelingen en samenhangen, Meppel: Boom Juridische uitgevers 2009, p. 85.

[9] H. Elfffers & G. Bruinsma, ‘De misdaadcijfers lopen terug! Politie, proficiat! Of, eh,…?’, TvC, 47-(4), p. 378.


Tags: Criminaliteitscijfers, ciminaliteit en statistieken
Artikel geschreven door: maurick.
Publicatie datum: 2012-06-24
Wil jij ook geld verdienen met artikelen schrijven? Meld je direct gratis aan!


dot

Reacties

U reageert als gast. Heeft u een account, log dan eerst in.

Typ de Captcha code over:

Plaats een reactie:


Categorieën

Gezondheid Financieel Elektronica Auto & vervoer Afvallen & dieet Reis & vakantie Internet & computer Wetenschap Relatie & liefde Hobby & werk Recepten Kunst & cultuur Huis & tuin Werkstuk/Essay/opstel Recensies Mijn eigen verhaal Sport Seksualiteit Zwangerschap Dier & natuur Verzorging & mode Opvoeding Feestdagen Overige Nieuws toen en nu Wonderlijk & bizar Verslaving