De inkomstenbelasting kent in 2026 een aanpassing van de tarieven en schijven. Mensen betalen over inkomen tot ongeveer € 38.883 een percentage rond de 35,7 procent. Over inkomen daarboven tot rond € 79.137 komt een tarief rond de 37,56 procent en voor alles daarboven 49,50 procent. Deze nieuwe grenzen zijn licht aangepast ten opzichte van voorgaande jaren, wat invloed kan hebben op hoeveel belasting je betaalt.
Voor ondernemers verandert de zelfstandigenaftrek opnieuw. Waar deze aftrek in 2025 nog bijna € 2.470 bedroeg, is dat in 2026 teruggebracht naar € 1.200. Deze afbouw zet voort wat al eerder is ingezet om de fiscale verschillen tussen zelfstandig ondernemers en werknemers kleiner te maken.
Ook andere onderdelen van het belastingstelsel worden geraakt. Voor beleggers en spaarders verandert de manier waarop vermogen in box 3 wordt belast. De vrijstelling in box 3 daalt en de fictieve rendementen waarover belasting wordt geheven liggen hoger dan voorheen. Dat kan betekenen dat je over hetzelfde vermogen meer belasting betaalt dan in voorgaande jaren.
Er zijn ook wijzigingen in de erf- en schenkbelasting. Zo worden regels aangepast om te voorkomen dat vermogen op een onevenwichtige manier wordt verdeeld tussen partners voordat iemand overlijdt of bij een scheiding. Dat kan gevolgen hebben voor hoe je belasting betaalt als je vermogen overdraagt aan anderen.
Niet alleen de inkomstenbelasting verandert. Voor diensten zoals overnachtingen in hotels, vakantiewoningen en vergelijkbare accommodaties wordt het lage btw-tarief van 9 procent afgeschaft. In plaats daarvan geldt het algemene tarief van 21 procent. Dit raakt vooral bedrijven die actief zijn in de toeristische sector, maar kan ook invloed hebben op wat bezoekers betalen voor logies.
Accijnzen op brandstoffen krijgen nieuwe tarieven die iets hoger liggen dan voorheen. Voor benzine ligt de accijns rond € 0,84 per liter, voor diesel rond € 0,55 en voor LPG ongeveer € 0,20. Dit is onderdeel van een herziening van heffingen die het kabinet doorvoert.
Daarnaast worden de regels aangepast voor het gebruik van water door bedrijven. Tot en met 2026 bestaat een vrijstelling voor een klein volume, maar van 2027 af wordt belasting geheven op veel meer of zelfs al het water dat een bedrijf gebruikt. Deze verandering is bedoeld om zuiniger om te gaan met grondstoffen.
Het minimumloon stijgt per 1 januari 2026 door een aanpassing van de tarieven. Voor werknemers van 21 jaar en ouder betekent dit dat het bruto minimumloon per uur omhoog gaat naar ongeveer € 14,71. Ook werknemers jonger dan 21 jaar merken een evenredige stijging.
Daarnaast zijn er veranderingen in vergoedingen voor personeel. De onbelaste thuiswerkvergoeding gaat iets omhoog naar € 2,45 per dag waarop iemand thuis werkt, wat een kleine financiële verlichting kan bieden voor mensen die regelmatig thuis werken. De reiskostenvergoeding blijft op € 0,23 per kilometer staan.
De mkb-winstvrijstelling, die ondernemers een deel van hun winst belastingvrij laat, blijft op 12,70 procent zoals in voorgaande jaren. Belastingkortingen zoals de arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden iets hoger, waardoor het besteedbaar inkomen voor veel belastingplichtigen kan toenemen.
Voor ondernemers verandert er meer dan alleen de zelfstandigenaftrek. Regelingen zoals de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) worden beperkt tot gewone aandelen. Dat betekent dat bijvoorbeeld beleggingen of opties niet meer onder dezelfde voorwaarden kunnen vallen als vroeger.
Ook de belastingregels voor werknemers met aandelenopties worden aangepast. Voor startups en scale-ups zijn er plannen om de belastingheffing op aandelenopties uit te stellen tot de daadwerkelijke verkoop en bovendien het tarief te verlagen. Dit maakt het voor sommige bedrijven aantrekkelijker om personeel te laten participeren in de groei van het bedrijf.
Voor bedrijven geldt dat er ook wijzigingen zijn rond de zogenaamde lucrative interest-regeling. Dit is een fiscale regeling voor private equity managers en vergelijkbare deelnamevormen. Die regeling wordt aangepast om ervoor te zorgen dat dergelijke inkomsten meer in lijn zijn met andere vormen van vermogen.
Voor huishoudens zijn er ook financiële aanpassingen die verder gaan dan belastingen alleen. Zo stijgt het kindgebonden budget voor sommige inkomensgroepen en gaan uitkeringen en toeslagen met de inflatie mee omhoog. De grenzen van de kinderopvangtoeslag worden verruimd, zodat meer werkende ouders hiervoor in aanmerking kunnen komen.
Daarnaast zien huiseigenaren mogelijk hogere kosten. De watertarieven voor huishoudens stijgen en energiekosten kunnen omhoog gaan als gevolg van veranderingen in accijnzen en belastingen. Huishoudens die nog een analoge energiemeter hebben zullen die moeten vervangen door een digitale meter om hun verbruik goed bij te houden.
De financiële richtlijnen voor 2026 brengen een mix van verhogingen, afbouw van bepaalde aftrekposten en herziening van tarieven en vrijstellingen. Of je nu ondernemer bent, werknemer, spaarder of belegger iedereen krijgt te maken met minstens één wijziging. Het helpt om deze regels door te nemen en te kijken wat ze betekenen voor jouw situatie.
Het kan lonen om je inkomsten en uitgaven eens tegen het licht te houden. Kleine aanpassingen in je financiële planning of overleg met een adviseur kan helpen om verrassingen te voorkomen. Denk na over wat de veranderingen voor jouw inkomen, vermogen en bedrijf betekenen en of je iets moet aanpassen. Met wat voorbereiding kun je voorkomen dat je voor onverwachte lasten komt te staan.