Wanneer je het hebt over big five dieren, dan gaat het om vijf grote, wilde diersoorten uit Afrika. Het zijn de leeuw, het luipaard, de olifant, de neushoorn en de Afrikaanse buffel. Deze groep is niet gekozen omdat het de grootste dieren van het continent zijn, maar omdat jagers deze vijf ooit het moeilijkst en gevaarlijkst vonden om te jagen op voet.
Tegenwoordig heeft de term een andere lading. Het verwijst vooral naar dieren die je graag wilt zien tijdens een safari. Fotograferen is nu de norm, niet jagen, en safarigangers strepen deze dieren graag van hun lijstje af.
De leeuw wordt vaak gezien als het symbool van de Afrikaanse natuur. Het is een roofdier dat leeft in groepen, trots genoemd. Deze groepen bestaan uit meerdere vrouwtjes, hun jongen en vaak één of meerdere mannetjes. De leeuw jaagt meestal in groep en kan indrukwekkende prooien aan. Hoewel hij veel rust overdag neemt, is hij een vaardige jager bij schemering en ’s nachts.
Het luipaard is vergeleken met de andere big five dieren wat moeilijker te zien. Het dier houdt van schuilplaatsen, is ’s nachts actief en klimt vaak in bomen om zijn prooi te eten of te rusten. Door zijn vlekken en sluipende gedrag valt hij makkelijk samen met de omgeving. Juist daarom is het spotten van een luipaard een bijzondere ervaring.
Van alle big five dieren is de Afrikaanse olifant het grootste landdier. Mannetjes kunnen duizenden kilo’s wegen en hebben grote slagtanden. De slurf gebruiken ze om te drinken, voedsel te verzamelen en te communiceren met andere olifanten. Ze leven in hechte familieverbanden en hebben een goed geheugen.
Bij de groep hoort de neushoorn, met zijn kenmerkende hoorn(en). In Afrika bestaan er twee belangrijke soorten: de zwarte en de witte neushoorn. Beide soorten hebben het zwaar door stroperij en verlies van leefgebied. Daarom zie je ze minder vaak in het wild. Hun aanwezigheid in het lijstje van big five dieren is vooral historisch bepaald door hun reputatie als moeilijk te benaderen dieren tijdens de jacht.
Tot slot de Afrikaanse buffel, een krachtig dier dat in grote kuddes leeft. Buffels zijn herbivoren en kunnen onvoorspelbaar reageren als ze zich bedreigd voelen. Safarigangers en jagers waarderen deze dieren vanwege hun robuustheid en het feit dat ze met elkaar samenwerken.
Zoals gezegd komt the big five oorspronkelijk uit de tijd van de grote jachtpartijen in Afrika. Jagers beschreven dit vijftal als de moeilijkste dieren om te doden te krijgen. Het woord big verwijst dus niet per se naar grootte, maar vooral naar de uitdaging die ze vormden.
Tegenwoordig is de betekenis veranderd. Voor veel mensen zijn de big five een doel tijdens safari’s: ze staan symbool voor de bekende Afrikaanse fauna en trekken toeristen uit alle delen van de wereld. Safari’s zijn nu gericht op het observeren en beschermen van deze dieren in plaats van op jagen.
Sommige mensen gebruiken de term big five ook voor andere contexten, zoals grote dieren in Nederland. Daar verwijst het bijvoorbeeld naar het edelhert, wild zwijn, bever, zeehond en ree. Dat is echter een andere invulling dan de Afrikaanse big five en heeft niets te maken met safari’s.
Dat deze vijf dieren zo bekend zijn, heeft verschillende redenen. Hun grootte en indrukwekkende gedrag maken indruk op bezoekers. Bovendien spelen deze dieren een belangrijke rol in hun ecosystemen. Olifanten bijvoorbeeld beïnvloeden de vegetatie door bomen om te duwen, en roofdieren zoals leeuwen helpen het evenwicht tussen verschillende diersoorten te bewaren.
De populariteit is ook te danken aan de culturele en historische waarde van de term big five. Safari’s en natuurdocumentaires gebruiken het graag als thema, waardoor het begrip breed bekend is geworden bij het publiek.
Hoewel ze beroemd zijn, hebben niet alle big five dieren het makkelijk. Vooral neushoorns en olifanten worden bedreigd door stroperij en verlies van leefgebieden. Natuurorganisaties zetten daarom in op bescherming, anti-stroperijmaatregelen en behoud van natuurgebieden. Zo kunnen toekomstige generaties blijven genieten van deze dieren in het wild.
Wil je bekijken waar je deze dieren kunt tegenkomen, dan zijn er verschillende beroemde parken in Afrika. Denk aan de Masai Mara in Kenia, het Kruger National Park in Zuid-Afrika en reservaten in Tanzania en Botswana. Hier kun je tijdens gamedrives met ervaren gidsen je kansen op het zien van elk van de big five vergroten.
Vrijwel elk wildpark in Zuidelijk en Oostelijk Afrika zet in op ecotoerisme. Zeker in landen als Botswana en Kenia is het zoeken naar de big five onderdeel van de safari-ervaring. Zeldzamere dieren horen er natuurlijk ook bij, maar deze vijf blijven de trekkers op elke reis.
Hoewel de term big five zo ingeburgerd is, kent Afrika veel meer indrukwekkende dieren. Andere lijsten zoals de Little Five of Shy Five proberen aandacht te geven aan kleinere of minder opvallende soorten. Maar voor veel reizigers blijft het spotten van de big five een gedenkwaardige belevenis.
De big five dieren zijn meer dan alleen een toeristische attractie. Ze staan symbool voor Afrikaanse wildernis en de rijke biodiversiteit van de savannes. Hun combinatie van kracht, mysterie en geschiedenis maakt ze fascinerend om over te lezen, te leren en hopelijk ooit met eigen ogen te zien. Ze herinneren ons eraan dat de natuur kwetsbaar is en dat we die bijzondere dieren willen beschermen voor de toekomst.